Polestar
Polestar 2
Handleiding
VideogalerijSoftware-updates
    Detectie van gedrag van de bestuurder

Het tijdsinterval tot voorliggers aanpassen

Pilot Assist kan je helpen om een ingesteld tijdsinterval tot voorliggers aan te houden. Je kunt het tijdsinterval, en daarmee de algemene afstand, tot voorliggers aanpassen met de knoppen aan het stuurwiel.

Wanneer je rijdt met Pilot Assist actief, probeert je auto de rijsnelheid aan te passen aan die van andere auto's. Je kunt de standaardafstand tot de voorligger aanpassen met de aanraakgevoelige knoppen aan de linkerkant van het stuurwiel. Wanneer dit mogelijk is, geeft het bestuurdersdisplay informatie over op welke knoppen je moet drukken. De auto regelt vervolgens het accelereren en afremmen om dat tijdsinterval te handhaven.

Het geselecteerde tijdsinterval wordt weergegeven in de tijdsintervalindicator op het bestuurdersdisplay.

Symbool dat aangeeft dat Pilot Assist actief is en de rijsnelheid aanpast aan een voorligger.
De gele horizontale lijnen vormen de tijdsintervalindicator.

Als je het tijdsinterval voor voorliggers aanpast, neemt het aantal lijnen toe of af, afhankelijk van je aanpassing. Meer lijnen duiden op een langere tijdsinterval en een gemiddeld grotere afstand tot voorliggers. Minder lijnen duiden op het tegenovergestelde.

 Belangrijk

De instellingen voor de rijhulpfuncties wijzigen

Zorg ervoor dat je begrijpt hoe het gedrag van de auto verandert als je de instellingen aanpast. Dit is vooral belangrijk wanneer het gaat om functies die invloed hebben op het ondersteuningsniveau dat de auto kan bieden.

Het tijdsinterval tot voorliggers aanpassen

Pas de volgafstand tot de voorliggers aan met de knoppen aan de linkerkant van het stuur. De symbolen die bij elke knop horen, verschijnen op het bestuurdersdisplay.
  • Druk op de knop voor tijdsinterval verlagen om de algemene afstand tot voorliggers te verkleinen.
  • Druk op de knop voor tijdsinterval verhogen om de algemene afstand tot voorliggers te vergroten.
Het nieuwe doeltijdsinterval wordt weergegeven in de tijdsintervalindicator op het bestuurdersdisplay.

 N.b.

Bij hogere rijsnelheden kan de algemene afstand tot een voorligger groter zijn dan bij lagere snelheden, zelfs als het doeltijdsinterval hetzelfde is. Dit komt omdat de berekende afstand groter wordt voor het gegeven tijdsinterval.