Polestar
Polestar 2
Handleiding
VideogalerijSoftware-updates
  • Een gemiddelde rijcyclus
    De auto uitschakelenSchakelstand kiezen

Bedieningselementen op het stuurwiel

Het stuurwiel heeft diverse knoppen en bedieningsvlakken. Deze zijn voor het bedienen van specifieke functies, zoals de claxon, maar ook voor het kiezen van bepaalde instellingen of aanpassingen, en om te bepalen wat er op het bestuurdersdisplay wordt getoond.

Overzicht van de bedieningselementen op het stuurwiel
Je vindt verschillende bedieningselementen op het stuur:
  • Aanraakgevoelige knoppen en navigatiepanelen
  • Linkerstuurhendel
  • Rechterstuurhendel
  • Claxon

Aanraakgevoelige knoppen

Aanraakknoppen op het stuurwiel

Aan elke zijde van het stuurwiel, vlak bij het middelpunt van het stuurwiel, zie je drie specifieke knoppen. Dit zijn aanraakgevoelige zones die overeenkomen met bepaalde acties wanneer ze beschikbaar zijn.

Binnenste knoppen aan de linkerzijde:
De laatst gebruikte rijhulpfunctie hervatten
Pilot Assist activeren
De actieve rijhulpfunctie annuleren
Binnenste knoppen aan de rechterzijde:
De digitale assistent activeren
Wisselen tussen de standen van het bestuurdersdisplay
Het menu van het bestuurdersdisplay openen

Aanraakgevoelige navigatiepanelen

Navigatiepanelen op het stuurwiel

Naast de binnenste knoppen heeft je stuurwiel ook een contextueel navigatiepaneel aan elke zijde. Dit zijn de buitenste zones met aanraakgevoelige knoppen. Met de knoppen links van het stuurwiel bedien je meestal functies die met het rijden hebben te maken. De knoppen aan de rechterzijde zijn meestal voor het navigeren in media en het menu. Deze functies veranderen op basis van de context en komen vaak overeen met wat er momenteel op de displays wordt weergegeven.

Interactie met de aanraakgevoelige knoppen

Je kunt de aanraakzone die je zoekt vinden door met je vingertop over de knoppen te bewegen. De functie die bij de betreffende aanraakzone hoort, verschijnt op het bestuurdersdisplay, aan dezelfde kant als de knoppen die je aanraakt.

Om de knoppen te gebruiken, moet je je vinger bewegen naar de aanraakzone die hoort bij de functie die je wilt gebruiken. Druk op de knop wanneer deze functie op het display wordt aangegeven.

Bediening van de rijfuncties

Je kunt een aantal rijfuncties bedienen met de knoppen op de linkerkant van het stuur. De symbolen op het bestuurdersdisplay veranderen of krijgen een andere kleur wanneer een functie wordt ingeschakeld of aangepast.
Type vermogensafgifteWissel tussen prioriteit geven aan actieradius of prestaties.
Waarschuwingen voor snelheidslimietenSchakel de waarschuwingen voor snelheidslimieten in of uit.
One Pedal DrivePas de kracht aan waarmee wordt geremd wanneer u het gaspedaal loslaat

 N.b.

Deze rijfuncties kunnen alleen via de stuurknoppen worden bediend als Pilot Assist is uitgeschakeld.

Bedieningselementen voor het rijhulpsysteem

Als Pilot Assist is ingeschakeld, kunt je de knoppen aan de linkerkant van het stuur gebruiken om bepaalde Pilot Assist-functies aan te passen:

Verleng het tijdsinterval tot voorliggers
Verkort het tijdsinterval tot voorliggers
Verhoog de doelsnelheid
Verlaag de doelsnelheid

Bedieningselementen voor media

Met de knoppen op de rechterkant van het stuurwiel kun je bepaalde media- en audiofuncties bedienen:
  • Van mediatrack wisselen
  • Media pauzeren en afspelen
  • Volume harder of zachter zetten
  • Telefoongesprekken aannemen en beëindigen
  • Microfoon dempen en weer aanzetten