Bedieningselementen op het stuurwiel
Het stuurwiel heeft diverse knoppen en bedieningsvlakken. Deze zijn voor het bedienen van specifieke functies, zoals de claxon, maar ook voor het kiezen van bepaalde instellingen of aanpassingen, en om te bepalen wat er op het bestuurdersdisplay wordt getoond.

- Aanraakgevoelige knoppen en navigatiepanelen
- Linkerstuurhendel
- Rechterstuurhendel
- Claxon
Aanraakgevoelige knoppen

Aan elke zijde van het stuurwiel, vlak bij het middelpunt van het stuurwiel, zie je drie specifieke knoppen. Dit zijn aanraakgevoelige zones die overeenkomen met bepaalde acties wanneer ze beschikbaar zijn.
![]() | De laatst gebruikte rijhulpfunctie hervatten |
![]() | Pilot Assist activeren |
![]() | De actieve rijhulpfunctie annuleren |
![]() | De digitale assistent activeren |
![]() | Wisselen tussen de standen van het bestuurdersdisplay |
![]() | Het menu van het bestuurdersdisplay openen |
Aanraakgevoelige navigatiepanelen

Naast de binnenste knoppen heeft je stuurwiel ook een contextueel navigatiepaneel aan elke zijde. Dit zijn de buitenste zones met aanraakgevoelige knoppen. Met de knoppen links van het stuurwiel bedien je meestal functies die met het rijden hebben te maken. De knoppen aan de rechterzijde zijn meestal voor het navigeren in media en het menu. Deze functies veranderen op basis van de context en komen vaak overeen met wat er momenteel op de displays wordt weergegeven.
Interactie met de aanraakgevoelige knoppen
Je kunt de aanraakzone die je zoekt vinden door met je vingertop over de knoppen te bewegen. De functie die bij de betreffende aanraakzone hoort, verschijnt op het bestuurdersdisplay, aan dezelfde kant als de knoppen die je aanraakt.
Om de knoppen te gebruiken, moet je je vinger bewegen naar de aanraakzone die hoort bij de functie die je wilt gebruiken. Druk op de knop wanneer deze functie op het display wordt aangegeven.
Bediening van de rijfuncties
![]() | Type vermogensafgifte | Wissel tussen prioriteit geven aan actieradius of prestaties. |
![]() | Waarschuwingen voor snelheidslimieten | Schakel de waarschuwingen voor snelheidslimieten in of uit. |
![]() | One Pedal Drive | Pas de kracht aan waarmee wordt geremd wanneer u het gaspedaal loslaat |
N.b.
Bedieningselementen voor het rijhulpsysteem
Als Pilot Assist is ingeschakeld, kunt je de knoppen aan de linkerkant van het stuur gebruiken om bepaalde Pilot Assist-functies aan te passen:
![]() | Verleng het tijdsinterval tot voorliggers |
![]() | Verkort het tijdsinterval tot voorliggers |
![]() | Verhoog de doelsnelheid |
![]() | Verlaag de doelsnelheid |
Bedieningselementen voor media
- Van mediatrack wisselen
- Media pauzeren en afspelen
- Volume harder of zachter zetten
- Telefoongesprekken aannemen en beëindigen
- Microfoon dempen en weer aanzetten



















