Polestar
Polestar 2
Handleiding
VideogalerijSoftware-updates
    Detectie van gedrag van de bestuurder

De doelsnelheid voor Pilot Assist aanpassen

Pilot Assist kan je helpen bij het aanhouden van een ingestelde doelsnelheid. Je kunt de ingestelde snelheid met de knoppen op het stuurwiel aanpassen.

Wanneer je rijdt met Pilot Assist geactiveerd, kun je een doelsnelheid selecteren. De auto regelt dan het gasgeven en remmen, zodat je dat doel haalt, terwijl de auto zich ondertussen aanpast aan het omliggende verkeer.

Je kunt de gewenste snelheid aanpassen door op de snelheidsknoppen aan de linkerkant van het stuur te drukken. Wanneer dit mogelijk is, geeft het bestuurdersdisplay informatie over op welke knoppen je moet drukken.

Het aanpassen van de gewenste snelheid verloopt anders, afhankelijk van of je auto is gebouwd voor een markt met km/h of mph als standaard snelheidseenheid. Dit gedrag verandert niet als je in de systeeminstellingen een andere snelheidseenheid kiest.

Voor auto's die gebouwd zijn voor een km/u-markt:
Een keer drukkenPas de doelsnelheid aan met 5 eenheden.
Ingedrukt houdenPas de doelsnelheid continu aan met 1 eenheid door de knop ingedrukt te houden.
Voor auto's die gebouwd zijn voor een mph-markt:
Een keer drukkenPas de doelsnelheid aan met 1 eenheid.
Ingedrukt houdenJe kunt de ingestelde doelsnelheid in stappen 5 eenheden aanpassen door de knop ingedrukt te houden.

Als je de snelheid met 5 eenheden per keer aanpast, verandert de doelsnelheid standaard in stappen die door vijf kunnen worden gedeeld, dus 25, 30 en 35.

Stel de gewenste snelheid in met de knoppen aan de linkerkant van het stuur. De symbolen die bij elke knop horen, worden op het bestuurdersdisplay weergegeven.
  • Druk op de knop met het symbool voor snelheid verhogen om de ingestelde snelheid te verhogen.
  • Druk op de knop met het symbool voor snelheid verlagen om de ingestelde snelheid te verlagen.

De nieuwe doelsnelheid wordt geel boven de snelheidsmeter weergegeven.

Doelsnelheid van Pilot Assist en snelheidsmeter