Polestar
Polestar 2
Polestar 4
Polestar 4 coupé
Handleiding
Software-updates
      SleutelkaartLocaties voor het lezen van sleutels

Locaties voor het lezen van sleutels

Je auto heeft enkele belangrijke interactiepunten waar de auto je sleutels detecteert om te vergrendelen, te ontgrendelen en te rijden.

Interactiepunten voor sleutels

Interactiepunten voor sleutels.
1
2
  1. 1Sleutels met afstandsbediening kunnen de auto automatisch op korte afstand vergrendelen en ontgrendelen.
  2. 2Sleutels die niet op afstand werken, moeten op de buitenspiegel aan bestuurderszijde worden geplaatst om de auto te ontgrendelen.

Sleutels met afstandsbediening

De sleutels met afstandsbediening kunnen door je auto worden gedetecteerd wanneer je de auto nadert of erbij weggaat. Zo kan de auto automatisch worden vergrendeld en ontgrendeld.

Ga naar Instellingen en selecteer je voorkeuren om automatisch vergrendelen en ontgrendelen in of uit te schakelen.

 N.b.

Sleutels met afstandsbediening beschikken ook over NFC1-functionaliteit. Dit betekent dat je een sleutel met afstandsbediening zelfs met een bijna lege of lege batterij nog kunt gebruiken op dezelfde manier als een sleutelkaart.

Externe kaartlezer

U kunt de auto vergrendelen en ontgrendelen door een van uw sleutels op de buitenspiegel aan de bestuurderszijde te plaatsen.

Locatie van de buitenspiegel die op sleutelkaarten reageert
Plaats van de sleutellezer op de buitenspiegel aan bestuurderszijde.

Leg de kaart of het apparaat vlak tegen de lezer.

Interne sleutellezer

Je kunt je sleutelkaart of een sleutel die op afstand werkt waarvan de batterij leeg is op de sleutellezer onder het middendisplay leggen om met de auto te kunnen rijden.

Locatie van de sleutellezer
Locatie van de sleutellezer

Zorg ervoor dat je de sleutel in het midden van de sleutellezer plaatst. Als je gebruik maakt van een afstandsbediening waarvan de batterij leeg is, plaats die dan met het Polestar-logo naar boven.

 N.b.

De sleutellezer en de draadloze lader zijn op dezelfde plaats ingebouwd. Je kunt slechts één van de functies tegelijk gebruiken.
  1. 1Near Field Communication