Bedieningselementen op het stuurwiel

- Aanraakgevoelige knoppen
- Linker stuurhendel
- Rechter stuurhendel
- Claxon
Aanraakgevoelige knoppen

Er zijn twee reeksen aanraakgevoelige knoppen op het stuurwiel, verdeeld over meerdere aanraakzones. De werking van die knoppen hangt af van de context. Meestal kun je ermee bedienen wat je op de displays ziet.
Interactie met de aanraakgevoelige knoppen
De stuurknoppen voeren bepaalde acties uit wanneer ze beschikbaar zijn. Wanneer je met je vinger over de stuurknoppen veegt, wordt de functie die bij elke aanraakzone hoort op het bestuurdersdisplay weergegeven, aan dezelfde kant als de rij stuurknoppen die je aanraakt. De symbolen op de stuurknoppen zijn niet altijd dezelfde als die op het display.
Om de knoppen te gebruiken, moet je je vinger bewegen naar de aanraakzone die hoort bij de functie die je wilt gebruiken. Druk op de knop wanneer deze functie op het display wordt aangegeven.
De symbolen op het bestuurdersdisplay kunnen van kleur of uiterlijk veranderen wanneer een functie wordt ingeschakeld of aangepast.
Knoppen aan de linkerkant
![]() | De ingestelde snelheid voor Pilot Assist verhogen |
![]() | De ingestelde snelheid voor Pilot Assist verlagen |
![]() | Schakel de stuurhulp in of uit wanneer je met Pilot Assist rijdt. |
![]() | Wisselen tussen de standen van het bestuurdersdisplay |
Knoppen aan de rechterkant
![]() | De digitale assistent activeren |
![]() | Het volume verhogen of een actie bevestigen |
![]() | Het volume zachter zetten |
![]() | Vorige afspelen |
![]() | Volgende afspelen |













