Een nieuwe referentiewaarde voor bandenspanningscontrole opslaan
Telkens wanneer de bandenspanning wordt aangepast, moet een nieuwe referentiewaarde worden opgeslagen. Dit kan gebeuren bij bepaalde veranderingen, bijvoorbeeld wanneer je wielen verwisselt die een andere aanbevolen bandenspanning vereisen. De referentiewaarde moet mogelijk ook worden aangepast als het gewicht van de auto aanzienlijk verandert door laden of lossen.
Zelfs wanneer je een waarschuwing voor lage bandenspanning verhelpt en de banden oppompt tot de vorige referentiewaarde, moet je de bandenspanning opnieuw opslaan om rekening te houden met eventuele temperatuurgerelateerde veranderingen.
Om een nieuwe referentiewaarde te kunnen opslaan, moet de auto ingeschakeld zijn en stilstaan.
op de onderste balk en ga naar .N.b.
Opslaan-knop niet beschikbaar
Vanwege de veiligheid is de Opslaan-knop alleen beschikbaar als de auto is ingeschakeld en stilstaat.
De knop is ook niet beschikbaar als er een waarschuwing over een zeer lage bandenspanning op het bestuurdersdisplay wordt weergegeven. Dit is om te voorkomen dat per ongeluk een lage waarde als referentie wordt opgeslagen. In dit geval moet je de banden oppompen tot de juiste bandenspanning en vervolgens met de auto gaan rijden. Zodra de waarschuwing op het bestuurdersdisplay verdwijnt, kun je de auto stilzetten en doorgaan met het opslaan van een nieuwe referentiewaarde.






