Polestar
Polestar 2
Polestar 4
Polestar 4 coupé
Handleiding
Software-updates
    Detectie van gedrag van de bestuurder

Pilot Assist activeren

Je kunt Pilot Assist activeren door de rechterhendel van het stuurwiel omlaag te zetten onder het rijden. Het is belangrijk om te evalueren of de huidige rijomstandigheden geschikt zijn om Pilot Assist veilig te gebruiken.

 Belangrijk

Voordat je Pilot Assist gebruikt

Neem de tijd om alles over Pilot Assist in deze handleiding te lezen voordat je de functie voor het eerst gebruikt. Zorg dat je begrijpt wat de kenmerken en beperkingen zijn, zodat je de functie veilig gebruikt.

De situatie evalueren

Zorg ervoor dat de verkeerssituatie en omstandigheden juist zijn voor het activeren van de functie. Wacht totdat je de manoeuvre waarmee je bezig bent, bijvoorbeeld het wisselen van rijstrook, hebt voltooid voordat je Pilot Assist activeert.

Pilot Assist met de hendel activeren

Wanneer de omstandigheden veilig en geschikt zijn om de functie te gebruiken, duw de rechterhendel aan het stuurwiel dan helemaal omlaag.

Het activeren wordt bevestigd op het bestuurdersdisplay. De snelheid van de auto op het moment van activering wordt ingesteld als doelsnelheid.

Als Pilot Assist zo is ingesteld dat de rijsnelheid wordt aangepast aan de snelheidslimiet, wordt de huidige snelheidslimiet als doelsnelheid gebruikt.

Wanneer Pilot Assist actief is, kun je de doelsnelheid en het tijdsinterval tot voorliggers met de knoppen op het stuurwiel aanpassen.

 Tip

Pilot Assist hervatten

Als je Pilot Assist onlangs hebt gebruikt en je wilt de eerder ingestelde doelsnelheid gebruiken, houd de stuurwielhendel dan iets langer omlaag gedrukt wanneer je Pilot Assist activeert.

Symbolen voor Pilot Assist

Wanneer Pilot Assist actief is, wordt het ondersteuningsniveau aangegeven met symbolen en graphics op het bestuurdersdisplay.